Familierelaties

Het komt regelmatig voor dat bestuursorganen, in de praktijk meestal gemeenten, van mening zijn dat de overdracht van horecabedrijven aan familieleden van zogenaamde criminelen op grond van de Wet Bibob moeten worden tegengegaan.

Bestuursorganen proberen daarmee aan de hand van de Wet Bibob zogenaamde katvangers- of stromanconstructies door te prikken.

De vraag daarbij is in hoeverre het enkele feit dat er sprake is van een familierelatie reeds kan leiden tot de conclusie dat er sprake is van een zakelijk samenwerkingsverband in de zin van de Wet Bibob, op grond waarvan de criminele antecedenten van het familielid ook aan de horecaondernemer kunnen worden tegengeworpen.

Hoewel niet dagelijks over deze materie wordt geprocedeerd, is inmiddels steeds meer duidelijkheid in de jurisprudentie gekomen over deze problematiek.

In beginsel geldt dat familierelaties zeker mee kunnen wegen bij de beoordeling of sprake is van een zakelijk samenwerkingsverband. In geval sprake is van echtgenoten, ouder en kind, broers/zussen maar bijvoorbeeld ook bij goede vrienden kan die factor (zwaar) wegen.

Er zijn echter enkele voorbeelden waarbij deze nauwe relatie onvoldoende was. Recent is door de rechter geconcludeerd dat het enkele feit dat er sprake is van een familiaire relatie tussen de criminele vader en diens zoon onvoldoende is ‘’om tot de conclusie te komen dat er sprake is van een zakelijk samenwerkingsverband. Ook de omstandigheid dat de bewuste vader langere tijd met de broer van de ondernemer werkzaam is geweest maakt niet dat er sprake is van een zakelijk samenwerkingsverband tussen deze zoon en vader. Voor het aannemen van een zakelijk samenwerkingsverband was in deze kwestie dan ook meer ondersteunend bewijsmateriaal nodig.

Ook zijn voorbeelden in de jurisprudentie bekend waarin de ene broer een horecaonderneming drijft en de andere -criminele- broer geen betrokkenheid heeft bij dit horecabedrijf er geen sprake kan zijn van vereenzelviging van de broers in het kader van de Wet Bibob.

Daarnaast zijn er meerdere uitspraken waarin door de rechtbank meerdere feiten en omstandigheden zijn aangehaald waardoor naast de familierelatie een veel nauwere en directere band kan worden onderbouwd en toch sprake is van een "zakelijk samenwerkingsverband". De onderbouwing daarvan is sterk afhankelijk van de omstandigheden van het geval.

Door de strafrechter worden familierelaties in beginsel ook onvoldoende geacht om te concluderen dat het ene familielid afwist van de illegale herkomst van gelden van het andere familielid en zich daardoor (ook) schuldig zou maken aan witwassen.

In zijn algemeenheid kan gesteld worden dat weigering of intrekken van een vergunning op grond van de Wet Bibob veelal dient te geschieden op meerdere feiten en omstandigheden die in een bepaalde richting wijzen, en niet vaak op basis van slechts één element.

Onze Bibob-experts

Neem contact op met Raoul Meester
Meester Advocaten Foeliestraat 18 1011 TM Amsterdam
t: +31 (0)20-409 55 55 f: +31 (0)20-409 54 44 meester@meesteradvocaten.nl
Neem contact op met Kenny van der Hoeven
Advocaat Foeliestraat 18 1011 TM Amsterdam
t: +31 (0)20-409 55 55 f: +31 (0)20-409 54 44 vanderhoeven@meesteradvocaten