Het zakelijk samenwerkingsverband

De Wet Bibob voorziet onder meer in het doorprikken van zogenaamde katvangers- of stromanconstructies: een constructie waarin een criminele derde op de achtergrond wil blijven en iemand anders, met een schoon verleden, naar voren schuift en aan het rechtsverkeer laat deelnemen, terwijl de feitelijke leiding nog altijd in handen is van die criminele derde.

In dit kader kunnen verschillende relaties aan de orde zijn waarbij de Wet Bibob een onderscheid maakt tussen zogenaamde “feitelijk leidinggevende”, de “geldschieter” of de persoon waarmee er een ‘’zakelijk samenwerkingsverband’’ bestaat. De screening vanuit de Wet Bibob ziet niet alleen op de aanvrager van de vergunning (of de vergunninghouder) maar dus ook op de partij waarmee er een “zakelijk samenwerkingsverband” aanwezig is. In de praktijk is het dan ook van belang hoe het begrip “zakelijk samenwerkingsverband” moet worden uitgelegd. Door recente ontwikkelingen in de jurisprudentie wordt steeds duidelijker wat hieronder moet worden verstaan.

In de jurisprudentie lijkt de term zakelijk samenwerkingsverband steeds meer als een verzamelnaam te worden gebruikt voor diverse relaties, zo ook die van ‘’feitelijk leidinggevende’’, of ‘’vermogensverstrekker’’.

Een zakelijk samenwerkingsverband was in de Yab Yum-zaak volgens de rechter aanwezig omdat de criminele derde zeggenschap zou hebben verkregen in het prostitutiebedrijf dat vervolgens de exploitatievergunning kwijt raakte. Daarbij was eigenlijk sprake van feitelijk leidinggevende.

Vaak wordt het zakelijk samenwerkingsverband gebaseerd op een financiële relatie. Bijvoorbeeld omdat er tussen partijen overeenkomsten zijn gesloten, waaronder bijvoorbeeld een geldleen overeenkomst.

Ook zijn er voorbeelden waarin de rechter een zakelijk samenwerkingsverband aanwezig acht wegens het bestaan van een rekening courantverhouding.

Over de vraag of een enkele verhuur/huurrelatie of verpacht/pachtrelatie per definitie zakelijk samenwerkingsverband oplevert bestaat nog enige onduidelijkheid. In ieder geval valt uit jurisprudentie af te leiden dat in geval van een pachtovereenkomst inclusief een pachtvrije maand en een ongebruikelijk lage borgsom sprake zou zijn van een zakelijk samenwerkingsverband. Deze uitspraak lijkt erop te wijzen dat een enkele pachtrelatie an sich  nog  geen zakelijk samenwerkingsverband met zich meebrengt.  

Wel is in de jurisprudentie voldoende duidelijk geworden dat een financiële relatie (lees: met name het verschaffen van vermogen) snel tot de conclusie leidt dat er sprake is van “zakelijk samenwerkingsverband”.

Tegelijkertijd noemen rechters vaak meer (ondersteunende) feiten en omstandigheden die aannemelijk moeten maken dat er sprake is van een zakelijk samenwerkingsverband, zoals privé banden en/of familierelaties. Hieruit kan worden afgeleid dat niet alle financiële relaties bestempeld kunnen worden als een zakelijk samenwerkingsverband.

Overigens hoeft voor een financier niet per definitie een “zakelijk samenwerkingsverband’ te worden aangetoond. Gezien de redactie van artikel 3 lid 4 sub c Wet Bibob staat de betrokkene (bijvoorbeeld de vergunninghouder) in relatie tot strafbare feiten indien een ander deze feiten begaan heeft en deze persoon vermogen heeft verschaft aan de betrokkene.

Tips

*Indien door ondernemers een lening wordt gesloten met een derde, niet zijnde een reguliere financieringsinstelling, bestaat het risico dat op grond van de Wet Bibob in de toekomst vergunningen kunnen worden geweigerd en/of ingetrokken.

*Indien de financiering niet anders dan via een dergelijke derde kan worden verkregen, dient tenminste te worden nagegaan op welke wijzen bij eventuele toekomstige problemen een dergelijke financiering door een derde partij kan worden overgenomen zodra eventuele problemen zouden ontstaan.

Onze Bibob-experts

Neem contact op met Raoul Meester
Meester Advocaten Foeliestraat 18 1011 TM Amsterdam
t: +31 (0)20-409 55 55 f: +31 (0)20-409 54 44 meester@meesteradvocaten.nl
Neem contact op met Kenny van der Hoeven
Advocaat Foeliestraat 18 1011 TM Amsterdam
t: +31 (0)20-409 55 55 f: +31 (0)20-409 54 44 vanderhoeven@meesteradvocaten